Jaarrekening

Grondslagen

2.6 Grondslagen

De jaarrekening van de gemeente Hardenberg is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de door de raad vastgestelde financiële verordeningen en beleidsnota’s. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van het historische-kostenstelsel. Tenzij anders vermeld, worden activa en passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Dividendopbrengsten worden als bate verantwoord op het moment dat de algemene vergadering van aandeelhouders besluit tot winstuitkering. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbare omvang worden op grond van het BBV geen voorzieningen of schulden gevormd. Deze lasten worden verantwoord in het jaar van uitbetaling. Dit betreft onder meer ziektekostenpremies voor gepensioneerden en aanspraken op vakantiegeld en verlof. Indien sprake is van incidentele schokeffecten, zoals reorganisaties, wordt hiervoor wel een verplichting opgenomen. Hiervan is in 2025 geen sprake.

2.6.1 Grondslagen met betrekking tot de balansposten
Activa
Vaste activa
Voor de waardering van immateriële en materiele vaste activa gelden eenduidige regels. Als basisregel is in artikel 63 lid 1 van het BBV bepaald dat activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Overheadkosten (indirecte kosten) en rente tijdens de vervaardiging mogen worden toegerekend aan investeringen. Wij rekenen tijdens de vervaardiging geen rente toe aan investeringen.

Immateriële vaste activa Kosten voor onderzoek: Bij investeringsprojecten wordt onderscheid gemaakt tussen kosten van onderzoek en ontwikkeling en voorbereidingskosten. Kosten van onderzoek en ontwikkeling doen zich veelal voor in een fase waarin nog geen definitief besluit is genomen over de realisatie van een investering of de exacte vorm daarvan. Zodra een bestuurlijk besluit is genomen om een project te realiseren en duidelijk is in welke vorm dit zal plaatsvinden, is geen sprake meer van onderzoek en ontwikkeling maar van voorbereidingskosten. Deze kosten worden aangemerkt als onderdeel van de vervaardigingsprijs van het betreffende (materiële) vaste actief en worden in lijn met het BBV verplicht geactiveerd als onderdeel van de investering.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden: Omdat het gaat om bezittingen van derden, die niet ons eigendom zijn, voelt het minder correct om de waarde daarvan op de balans te presenteren. Ook is het bij bezittingen van derden over het algemeen zo dat de gemeente niet kan worden gehouden aan een verplichting tot herinvesteren. Een herinvestering zal dan ook over het algemeen een nieuwe politieke afweging vragen. Om die redenen worden dergelijke investeringen geactiveerd en afgeschreven in één jaar, ofwel, deze worden in het jaar van investeren direct afgeschreven. Veelal zullen voor de dekking van deze uitgaven incidentele middelen (reserve) worden ingezet.

Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut : Materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bijdragen van derden worden hierop in mindering gebracht. De afschrijving start in het eerstvolgende boekjaar volgend op het jaar van verwerving of ingebruikname. Vaste activa worden afgeschreven op basis van de lineaire methode en conform de door de raad vastgestelde afschrijvingstermijnen. Bij het bepalen van de hoogte van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering wordt een afwaardering toegepast. Op gronden en terreinen wordt in principe niet afgeschreven. Enkel wanneer de grond wordt aangekocht ten behoeve van daarop aan te leggen infrastructuur die onlosmakelijk met de grond is verbonden, en niet valt te verwachten dat die grond ooit weer zelfstandig beschikbaar komt, worden de gronden afgeschreven tegelijk met de (levensduur van de) weg.

Investeringen met maatschappelijk nut : Investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen, pleinen en parken, worden geactiveerd en lineair afgeschreven in overeenstemming met de nota Waarderen en Afschrijven 2025 . De afschrijving start in het jaar volgend op ingebruikname.

Financiële vaste activa
Kapitaalverstrekkingen aan verbonden partijen en verstrekte leningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een eventuele voorziening voor oninbaarheid. Deelnemingen in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardedaling vindt afwaardering plaats.

Vlottende activa
Voorraden, waaronder grondexploitaties Grondexploitaties worden geopend na vaststelling door de gemeenteraad van het exploitatiecomplex en de bijbehorende grondexploitatiebegroting. De onderhanden werken grondexploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met gerealiseerde opbrengsten uit verkopen. Als de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde wordt afgewaardeerd. Voor winstneming wordt de percentage-of-completion methode toegepast. Verliezen worden direct genomen zodra deze voorzienbaar zijn. De verliesvoorziening wordt gewaardeerd op contante waarde met een disconteringsvoet van 2%.

Uitzettingen en vorderingen
Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen Liquide middelen worden opgenomen tegen nominale waarde.

Passiva
Eigen vermogen en voorzieningen De begrippen reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd, maar er bestaan duidelijke en belangrijke verschillen tussen beide. Ze hebben elk een eigen rol in de financiële structuur van de gemeente Hardenberg. Reserves en voorzieningen zijn gevormd in overeenstemming met de gemeentelijke nota Reserves, voorzieningen 2025 . Voorzieningen zijn bedoeld voor toekomstige verplichtingen of verwachte verliezen waarvan de precieze omvang nog niet vaststaat, maar wel redelijk in te schatten is. Voorzieningen worden in beginsel gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij het gaat om verplichtingen op basis van contante waarde. Zo wordt de pensioenvoorziening voor wethouders op grond van de APPA wordt gewaardeerd tegen contante waarde. Voor het verlofsparen en bovenwettelijk verlof is een voorziening gevormd in overeenstemming met de richtlijnen van de commissie BBV. Daarnaast is een voorziening gevormd voor de Regeling vervroegde uittreding (RVU).

Voorziening algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA)
De voorziening APPA heeft betrekking op de (toekomstige) verplichtingen uit hoofde van pensioen- en wachtgeldverplichtingen voor (voormalige) bestuurders, zoals geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA). De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte toekomstige uitkeringsverplichtingen, waarbij rekening wordt gehouden met actuariële uitgangspunten zoals rekenrente, levensverwachting en uitstroomkansen. Jaarlijks wordt de voorziening geactualiseerd op basis van een actuariële berekening. Bij de bepaling van de voorziening is uitgegaan van een dekkingsgraad van 123,5%. Daarnaast is voor de actuariële berekening per 31 december gebruik gemaakt van een rekenrente van 2,954 % (25-jaarsrekenrente per 30 september 2025). Rente ontwikkelingen, kunnen op termijn leiden tot een bijstelling van de voorziening, aangezien de contante waarde van de toekomstige verplichtingen hierdoor wijzigt.

Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van politieke ambtsdragers over naar het nieuwe pensioenstelsel en worden deze overgedragen aan het ABP. Hardenberg heeft, in lijn met het VNG advies, de omvang van de voorziening hierop afgestemd. Mutaties in de voorziening zijn verwerkt in het resultaat .

Netto vlottende schulden Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met aflossingen. Vlottende passiva worden eveneens tegen nominale waarde gewaardeerd. Een toelichting op de rentelasten is opgenomen in de paragraaf Financiering .

Overlopende passiva
De overlopende passiva betreffen verplichtingen die hun oorsprong vinden in het verslagjaar, maar waarvan de betaling na balansdatum plaatsvindt, alsmede vooruit ontvangen bedragen die betrekking hebben op toekomstige perioden. Deze posten worden opgenomen tegen nominale waarde.

Overige toelichtingen
Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de genoemde waarderingsgrondslagen. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover deze op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s worden verwerkt zodra deze voorzienbaar zijn. Alle beschikbare informatie over de feitelijke situatie per balansdatum is verwerkt in de jaarrekening. Er hebben zich geen materiële gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan. Naast de in de balans opgenomen verplichtingen kunnen verplichtingen bestaan die naar hun aard niet in de balans worden opgenomen, zoals huur-, lease- en garantieverplichtingen.

Eigen bijdrage CAK
De vaststelling en inning van eigen bijdragen in het kader van de Wmo wordt uitgevoerd door het CAK. De verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van deze bijdragen ligt bij het CAK en valt daarom buiten de gemeentelijke rechtmatigheidscontrole. De door het CAK afgedragen bedragen worden door de gemeente in de jaarrekening verwerkt.

Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025. Dat betekent dat:

  • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet;
  • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
     - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door de raad d.d. 9 september 2025 is vastgesteld;
     - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld.
  • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording;
  • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
    - Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 4.610.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen;
    - Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
Deze pagina is gebouwd op 06/01/2026 20:05:58 met de export van 06/01/2026 20:00:05