Home

Samenvatting

Financieel verslag

De jaarrekening en het jaarverslag worden vastgesteld door de gemeenteraad.
De jaarrekening bestaat uit:

  • de balans tussen bezittingen en schulden;
  • de rekening van baten en lasten. Dit is het resultaat.

Het jaarverslag bestaat uit:

  • een analyse van het resultaat;
  • de programmaverantwoording;
  • de paragrafen

Uitgangspunten financieel beleid

De uitgangspunten voor het financieel beleid van de gemeente zijn:

  • streven naar een meerjarig structureel sluitende begroting
  • de algemene reserve dient op voldoende niveau te zijn
  • de schuldpositie van de gemeente dient een houdbare schuld te zijn. Hiervan is sprake zolang de netto schuldquote niet meer bedraagt dan 130%
  • de belastingtarieven worden alleen met de inflatiecorrectie verhoogd.

Vermogenspositie

De vermogenspositie van Hardenberg is in 2025 verbeterd. De reserves zijn met € 12.811.000 toegenomen. Er is voor €10.000.000 aan nieuwe leningen aangetrokken. Op bestaande leningen is € 9.402.000 afgelost. De waarborgen zijn met €148.000 afgenomen. Er is voor € 1.064.000 aan financiële activa bijgekomen en er is € 335.000 afgelost.

Activa

31-12-2024

31-12-2025

Passiva

31-12-2024

31-12-2025

Immateriele vaste activa

13.847

14.481

Reserves

122.512

135.323

Materiele vaste activa

196.494

215.998

Resultaat jaarrekening

14.048

13.224

Financiele vaste activa

18.253

18.982

Voorzieningen

13.442

15.043

Vaste schulden

79.706

80.156

Totaal vaste activa

228.594

249.461

Totaal vaste passiva

229.708

243.746

Vlottende activa

48.789

44.400

Vlottende passiva

47.675

50.115

Totaal activa

277.383

293.861

Totaal passiva

277.383

293.861

Ratio's

Voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente wordt een aantal ratio's gehanteerd. Het opnemen van deze ratio's in de begroting en het jaarverslag is (landelijk) verplicht en vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording. Doel van de wetgever is, het gemeentebestuur (meer) inzicht te geven in de gemeentefinanciën. Daarbij heeft zij geen normen gesteld. Het is aan elke gemeente(raad) om hier zelf beleid op te formuleren. Dit heeft Hardenberg gedaan als het gaat om de Netto Schuldquote. Deze mag niet hoger zijn dan 130% van de jaarlijkse inkomsten. Hieronder het beoordelingskader dat door de provinciaal toezichthouder wordt gehanteerd. Wij gebruiken financiële kengetallen om de financiële gezondheid en weerbaarheid inzichtelijk te maken. Het is belangrijk om te benoemen dat de financiële kengetallen vooral bedoeld zijn als hulpmiddel voor de gemeenteraad. De kengetallen moeten altijd in samenhang met elkaar worden bekeken en zeggen afzonderlijk weinig over de beoordeling van de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen worden daarom altijd in samenhang bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van Hardenberg. In het verleden zijn er door provincies zogenaamde signaleringswaarden opgesteld. Deze geven een indicatie en kunnen gemeenten helpen om de uitkomsten van de kengetallen beter te beoordelen. In het onderstaande overzicht staan deze signaleringswaarden vermeld.

toetsingskader provincie

goed

voldoende

onvoldoende

Netto schuldquote

< 90%

90%-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabilteitsratio

> 50%

20%-50%

< 20%

Structurele exploitatieruimte

Begroot > 0%

Begroot =0%

Begroot <0%

Grondexploitatie

< 20%

20%-35%

> 35%

Belastingcapaciteit

< 95%

95%-100%

> 105%

Weerstandscapaciteit

>2

1-2

<1

Hardenberg is financieel gezond
In onderstaand overzicht worden de kengetallen van de Gemeente Hardenberg weergegeven. De financiële positie van de gemeente kan op basis van de kengetallen als gezond en stabiel worden beoordeeld. De netto schuldquote van 34% (32% gecorrigeerd) wijst op een relatief beperkte schuldenlast en een beheersbare financieringspositie. Met een solvabiliteitsratio van 51% beschikt de gemeente over een solide vermogenspositie. De structurele exploitatieruimte van 7,5% laat zien dat structurele baten ruimschoots toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Daarnaast zijn de risico’s uit grondexploitaties beperkt en ligt de belastingcapaciteit op 84%, wat betekent dat er nog ruimte bestaat binnen het lokale belastinggebied, terwijl de weerstandscapaciteit van 4,7 duidt op een ruim voldoende buffer om financiële risico’s op te vangen. In hoofdstuk 1.2.2.6 Kengetallen is een uitgebreidere toelichting van onderstaande kengetallen.

Jaarrekening 2025

JV 2022

JV 2023

JV 2024

JV 2025

B 2025

Netto schuldquote

41%

38%

35%

34%

66%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

40%

36%

33%

32%

63%

Solvabiliteitsratio

46%

48%

49%

51%

41%

Structurele exploitatieruimte

4%

4%

3%

7,5%

3%

Grondexploitatie

4,0%

3,5%

2,2%

-1,1%

2,3%

Belastingcapaciteit

94%

90%

87%

84%

86%

Weerstandscapaciteit

3,14

4,05

5,70

4,77

3,98

Rekeninguitkomsten

In de vergadering van 19 november 2024 heeft de raad de begroting 2025 vastgesteld met een positief resultaat van 5,6 miljoen (B 2025). Het begrotingssaldo 2025 is na de genoemde raadsvergadering via mei- en novemberbrieven en beleidsvoorstellen met financiële gevolgen bijgesteld. De daarmee gecorrigeerde begroting wordt in deze jaarstukken aangeduid met de term “Begroting na Wijziging” (afkorting: BNW 2025).

Het rekeningsaldo bedraagt, na alle verrekeningen zoals budgetoverhevelingen, € 8,2 miljoen (R 2025). Het voordelig saldo wordt aan de algemene reserve toegevoegd. Zie hieronder een tabel met daaronder een toelichting op hoofdlijnen op dit exploitatieresultaat

Tabel Rekeninguitkomsten

BNW 2025

R 2025

Bedragen * 1.000

R 2024

B 2025

Lasten

230.991

225.710

237.766

230.531

Baten

239.374

220.298

236.845

242.518

Saldo van baten en lasten

8.383

-5.412

-921

11.987

Mutatie reserves

5.664

-200

1.748

1.237

Resultaat

14.047

-5.612

827

13.224

Voorstellen voor budgetoverheveling

-4.047

0

0

-5.034

Van / Naar algemene reserve

10.000

-5.612

827

8.190

Toelichting op resultaatverschillen

1. Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
Er is een verschil tussen het saldo van de begroting en rekening. Dit kunnen in de diverse programma's zowel nadelige als voordelige verschillen zijn. Met name eenmalige meevallers veroorzaken het positieve resultaat. Binnen de grondexploitatie is sprake van een voordeel van € 2,6 miljoen. Daarnaast ontstaat een voordeel van € 4,3 miljoen door de vrijval van diverse stelposten waaronder de stelpost onvoorzien en de stelpost loon- en prijscompensatie. Doordat verwachte autonome ontwikkelingen zijn uitgebleven, is een deel van de stelposten onbenut gebleven en valt dit nu vrij. Verder is er een voordeel van € 0,8 miljoen vanwege een hogere algemene uitkering. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de programmaverantwoording.

2. Mutaties via reserves
In de begroting 2025 werd ervan uitgegaan dat per saldo €5,6 miljoen aan de reserve zou worden onttrokken In de jaarrekening 2025 is dit per saldo een storting van €8,2 miljoen geworden. De verschillen worden toegelicht in het overzicht resultaatbestemming via reserves (programmaverantwoording 6).

3. Over te hevelen budgetten
Een overzicht van de overgehevelde budgetten per programma is te vinden in de jaarrekening.

Analyse rekeninguitkomst 2025

Het definitieve resultaat van de jaarrekening 2025 bedraagt € 13,2 miljoen voordelig. Door het voordelige resultaat aan te passen met de over te hevelen budgetten van € 5,0 miljoen ontstaat een voordelig nettoresultaat van € 8,2 miljoen.
Hieronder volgt in hoofdlijnen een nadere toelichting op de resultaatverschillen tussen de begroting 2025 (na wijziging) en definitieve jaarrekening 2025. Voor een nadere financiële en inhoudelijke toelichting per programma verwijzen wij u naar het jaarverslag. Per programma is daar onder het onderdeel “Wat heeft het gekost” een toelichting opgenomen.

Verschillenanalyse

Bedragen * 1.000

Programma

Bedrag

Omschrijving

Verkeer en vervoer

Ruimtelijk Hardenberg

832

Parkeren

Ruimtelijk Hardenberg

288

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

Ruimtelijk Hardenberg

845

Wonen en bouwen

Ruimtelijk Hardenberg

165

Grondexploitatie

Ruimtelijk Hardenberg en Economisch en recreatief Hardenberg

2580

Sportbeleid en activering

Economisch en recreatief Hardenberg

358

Sportaccommodaties

Economisch en recreatief Hardenberg

403

Cult.presentatie, -productie en -partic.

Economisch en recreatief Hardenberg

451

Riolering

Duurzaam Hardenberg

-183

Afval

Duurzaam Hardenberg

175

Milieubeheer

Duurzaam Hardenberg

166

Onderwijs

Sociaal Hardenberg

754

Samenkracht en Burgerparticipatie

Sociaal Hardenberg

-2341

Werk en inkomen

Sociaal Hardenberg

-351

Jeugd

Sociaal Hardenberg

-412

WMO

Sociaal Hardenberg

108

Bestuur

Dienstverlenend Hardenberg

-1041

Beheer overige gebouwen en gronden

Dienstverlenend Hardenberg

305

Overhead

Financien

339

Treasury

Financien

-260

Alg.uitkeringen en ov. uitkeringen GF

Financien

734

Overige baten en lasten

Financien

3692

Reserve Mutaties

Financien

317

Overige verschillen programma's

Overig

266

Saldo

8.190

*exclusief budgetoverhevelingen

Toelichting op saldo begroting en rekening na budgetoverhevelingen

Ruimtelijk Hardenberg

Verkeer en vervoer: De baten zijn hoger en de lasten lager dan begroot. Het voordeel op de lasten wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere kapitaallasten. De hogere baten zijn met name het gevolg van extra legesinkomsten door meer aanvragen (netverzwaring) en een hogere ontvangst van provinciale programmasubsidie doordat extra activiteiten konden worden verantwoord.

Parkeren: De kapitaallasten zijn lager doordat de investering rondom het verbeteren van de parkeersituatie in het centrum van Hardenberg nog niet is gerealiseerd. Daarnaast zijn de uitgaven voor klein onderhoud aan parkeergarages lager.

Openbaar groen en (openlucht) recreatie: Het grootste deel van het positieve resultaat wordt verklaard door lagere kapitaallasten, doordat enkele investeringen (nog) niet zijn gerealiseerd. Daarnaast is sprake van voordelen binnen de onderdelen Snippergroen, Plaagbestrijding en Speeltuinen (BOSS). Verder is er als gevolg van de verkoop van meerdere percelen, een aanvullend voordeel gerealiseerd binnen het onderdeel Snippergroen.

Wonen en Bouwen: Het positieve saldo van €165.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een incidenteel voordeel op bouwleges. Dit voordeel is ontstaan doordat onvoorzien meer aanvragen voor grote bouwprojecten (appartementengebouwen) zijn ingediend. Dit voordeel wordt deels gedempt door overschrijdingen op het budget voor externe inhuur bij Bouw- en woningtoezicht (BWT) en handhaving. Bij BWT is het in de novemberbrief over te hevelen bedrag voor externe inhuur te hoog ingeschat. Bij handhaving is sprake van een nadeel door extra benodigde juridische adviezen en onderzoeksrapporten voor de uitvoering van langlopende handhavingstrajecten.

Grondexploitatie bestaat uit de taakvelden Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) en Fysieke bedrijfsinfrastructuur (bedrijventerreinen). Door gerealiseerde grondverkopen kon net als in 2024 op het geïnvesteerde vermogen terugverdiend worden. Het totale resultaat bedraagt €2.580.000. Het resultaat op bedrijventerreinen is ongeveer €1,1 miljoen positiever dan begroot en het resultaat op woningbouw is ongeveer €1,4 miljoen positiever dan begroot. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid.

Economisch en Recreatief Hardenberg

Sportbeleid en activering: Het positieve saldo van € 358.000 wordt veroorzaakt door hogere baten uit de SPUK-regeling Sport, inclusief aanvullende ontvangsten voor het Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties. Bij laatstgenoemde regeling zijn baten en lasten budgettair neutraal. Het nadeel op de lasten wordt veroorzaakt door een bijdrage aan een trapveld in Bergentheim en hogere kosten voor sportmaterialen.

Sportaccommodaties: Binnen het taakveld Sportaccommodaties is sprake van een positief saldo van € 403.000, voornamelijk als gevolg van lagere kapitaallasten. Bij de zwembaden ontstaat daarnaast een voordeel op de loonsom door minder inzet van vervangend personeel. Ook zijn de inkomsten bij zwembad De Kiefer hoger door een correctie van het transitoriabedrag uit 2024. Verder is er sprake van een voordeel op de onderzoekskosten voor Sportpark De Boekweit. Tegenover deze voordelen staan echter hogere onderhouds- en energiekosten. Daarnaast zijn de baten bij Sporthal De Slag lager dan geraamd, wat leidt tot een nadeel.

Cult.presentatie, -productie en -partic.: Bij dit taakveld is sprake van een positief saldo van € 451.000. Dit komt doordat overgehevelde budgetten uit 2024 (Fonds Culturele Burgerinitiatieven en programmalijnen cultuurbeleid) in 2025 niet zijn besteed. Daarnaast heeft stichting HaFaBra een deel van de subsidie uit 2024 terugbetaald aan de gemeente.

Duurzaam Hardenberg

Riolering: Het saldo van het taakveld Riolering is €183.000 negatief. Dit komt vooral door een hogere toevoeging aan de voorziening riolering op basis van de toerekenbare baten en lasten. Daartegenover staan voordelen door lagere kapitaallasten, lagere energielasten en minder onderhoud door minder extreme weersomstandigheden.

Afval: Het taakveld Afval laat een positief saldo zien van €175.000. De baten zijn hoger door hogere opbrengsten uit ingezamelde grondstoffen en een hogere onttrekking uit de voorziening afval.  Daartegenover zijn ook de lasten hoger doordat investeringen en uitvoeringskosten uit het Grondstoffenbeleidsplan eerder en hoger zijn uitgevallen dan geraamd. Ook zijn de personele lasten van het cleanteam hoger, maar deze worden gecompenseerd door extra loonkostensubsidie.

Milieubeheer: Het saldo van het taakveld Milieubeheer is €166.000 positief. De baten laten een nadeel zien van €4.051.000. Dit komt voornamelijk doordat subsidies binnen het Energieprogramma, zoals het CDOKE-budget en het Nationaal Isolatieprogramma, voor meerdere jaren zijn begroot terwijl in 2025 alleen het daadwerkelijk ontvangen en bestede deel is verantwoord. Het verschil betreft middelen die in latere jaren nog worden besteed. De lasten zijn €4.217.000 voordelig. Dit komt met name doordat geplande uitgaven binnen het Energieprogramma lager zijn uitgevallen of zijn doorgeschoven naar volgende jaren. Het niet bestede deel van de middelen wordt toegevoegd aan de reserve Energieprogramma .

Sociaal Hardenberg

Onderwijs: Het voordeel van €754.000 bij Onderwijs wordt voornamelijk veroorzaakt doordat middelen voor tijdelijke huisvesting, onder andere in Marslanden, niet volledig zijn benut. Daartegenover staan hogere lasten voor leerlingenvervoer door een toename van het aantal leerlingen. De hogere lasten binnen onderwijsbeleid en leerlingenzaken voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid en het Nationaal Programma Onderwijs worden grotendeels gecompenseerd door ontvangen SPUK-middelen (GOAB en NPO). Bij de regeling peuteropvang zijn de lasten lager dan begroot doordat meer ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Samenkracht en burgerparticipatie: Het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie heeft voornamelijk betrekking op de opvang van ontheemden uit Oekraïne. In 2025 zijn zowel de baten als de lasten hoger dan geraamd. De hogere lasten worden veroorzaakt door transitiekosten voor de realisatie van drie locaties en de renovatie van drie andere locaties. Deze kosten zijn volledig declarabel en worden in 2026 verrekend met het Rijk. Door onder meer de bouw van chalets waren in 2025 minder bedden beschikbaar dan geraamd, waardoor de rijksvergoeding lager uitviel. Inmiddels zijn alle bedden beschikbaar. Hierdoor wordt verwacht dat het nadeel van 2025 in 2026 omslaat in een voordeel, doordat een deel van de lasten al in 2025 is verantwoord.

Werk en Inkomen: Werk en Inkomen, bestaande uit de taakvelden inkomensregelingen, WSW en beschut werk en arbeidsparticipatie, laat een nadeel zien van € 351.000. Binnen de inkomensregelingen zijn de uitgaven aan loonkostensubsidies hoger door een intensievere inzet om werkgevers te stimuleren inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Daarnaast zijn de uitgaven aan bijstandsuitkeringen hoger door een grotere instroom dan uitstroom. Het nadeel wordt deels gecompenseerd door lagere uitgaven binnen het minimabeleid, overige WWB-uitgaven en arbeidsparticipatie. Bij WSW en Beschut Werk is sprake van een klein nadeel door lagere rijksinkomsten als gevolg van de afbouw van het Lage-Inkomensvoordeel (LIV). Bij arbeidsparticipatie is een beperkt voordeel gerealiseerd en bij de Wet Inburgering vallen baten en lasten lager uit doordat de taakstelling lager bleek dan geraamd.

Jeugd: De lasten voor Jeugd bedragen in 2025 € 26,871 miljoen en liggen daarmee in lijn met de herziene begroting (€ 26,452 miljoen). Dit beeld is echter mede het gevolg van tussentijdse begrotingsbijstellingen van in totaal circa € 3,3 miljoen. Deze bijstellingen bestaan uit aanvullende rijksmiddelen (€ 2,5 miljoen) en een verdere ophoging van € 0,8 miljoen. Zonder deze compensatie zou sprake zijn van een overschrijding. De stijging van de kosten wordt veroorzaakt door loon- en prijsindexaties, complexere hulpvragen en een langere behandelduur, wat leidt tot een structureel hogere druk op het jeugdzorgbudget.

WMO: De Wmo-taakvelden laten in 2025 per saldo een voordeel zien ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere lasten voor huishoudelijke hulp. Door een wachtlijst is niet alle geïndiceerde ondersteuning in het verslagjaar tot besteding gekomen. Daarnaast zijn er lagere lasten bij het Wmo-collectief vervoer door een nieuw contract en minder ritten. Daartegenover staan hogere lasten voor Wmo-begeleiding, inclusief dagbesteding en PGB. Deze uitgaven hebben zich met name in de laatste maanden van het jaar voorgedaan en waren bij de novemberbrief nog niet volledig te voorzien.

Dienstverlenend Hardenberg

Bestuur: Het nadelig saldo van €1.041.000 betreft met name een toevoeging aan de pensioenvoorziening voor (oud) wethouders of hun nabestaanden. Door de onvoorspelbaarheid van deze uitgaven is het verplicht hiervoor een voorziening te treffen. De waarde wordt jaarlijks per 31 december berekend.

Beheer overige gebouwen en gronden: Het voordeel van €305.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere rentetoerekening aan de NIEGG-gronden dan geraamd en een voordeel op de kapitaallasten.

Financiën

Overhead: Op het taakveld Overhead is per saldo een voordeel van €339.000 gerealiseerd. Dit resultaat wordt voornamelijk verklaard door lagere loonkosten voor eigen personeel, waar tegenover hogere kosten voor externe inhuur en overige loonsomgerelateerde kosten staan, zoals reiskosten, thuiswerkvergoedingen, opleidingen en werving. Daarnaast zijn er voordelen gerealiseerd binnen ICT en huisvesting, onder andere door lagere kapitaallasten en lagere elektrakosten van het gemeentehuis, die deels worden gecompenseerd door hogere energielasten bij de buitendienst en hogere kosten voor klein onderhoud. Binnen Concern Algemeen is sprake van hogere lasten, voornamelijk door een verhoging van de voorziening verlofsparen en kosten voor voormalig personeel en externe inhuur.

Treasury: Het negatieve saldo van € 260.000 op taakveld Treasury komt met name doordat er minder investeringen zijn gerealiseerd dan begroot. Hierdoor kon minder rente aan investeringen worden toegerekend, waardoor een groter deel van de rentelasten binnen Treasury is verantwoord. 

Algemene uitkering: Het gemeentefonds is opgedeeld in de algemene uitkering en verschillende decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het ministerie van BZK stelt gedurende het jaar de voorlopige berekeningen bij, hieruit zijn correcties voortgekomen die leiden tot een eenmalige voordelige bijstelling voor Hardenberg 2023 € 146.100 en 2024 € 30.400 en 2025 € 557.800.

Overige baten en lasten: Bij het taakveld Overige baten en lasten is sprake van een positief saldo van € 3.692.000. Het voordeel wordt grotendeels veroorzaakt door de vrijval van de stelpost loon- en prijsontwikkeling. Een deel van deze stelpost betreft ontvangen middelen vanuit het gemeentefonds in de meicirculaire 2025. In verband met het vervroegen van de gewijzigde indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en Loon c.q. prijs accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Dit betekent in het kort een lagere Algemene Uitkering voor gemeenten. Gemeenten zijn in 2025 nog voor 50% gecompenseerd voor deze terugval. Hierdoor zijn er in 2025 meer middelen ontvangen. De stelpost is hier niet op aangepast, omdat het Rijk deze maatregel slechts voor twee jaar toepast. De stelpost is bedoeld om schommelingen in lonen, prijzen en rente op te vangen. Door het uitblijven van een aantal verwachte autonome ontwikkelingen, valt het resterende deel vrij.

Reserve mutaties:  In de meibrief en de novemberbrief zijn er geactualiseerde saldi van het resultaat afgegeven. De stand €827.000 is in de begroting opgenomen ten laste van de algemene reserve. Daarnaast ontstaan afwijkingen doordat diverse stortingen en aanwendingen van reserves bruto zijn geraamd. Bij de reserves Vitale Landbouw en Energieprogramma hebben wel stortingen plaatsgevonden, maar geen onttrekkingen. Tevens leiden doorgeschoven investeringen en aangepaste kapitaallasten tot aanvullende afwijkingen. Het totale voordeel bedraagt €317.000.

Overige verschillen: Dit is een sluitpost, in bovenstaande zijn de grootste verschillen toegelicht. Alle overige verschillen, voor- en nadelen op programma's leiden tot een voordeel van €266.000. In paragraaf 2.1 Overzicht van baten en lasten is een uitgebreide toelichting.

Deze pagina is gebouwd op 06/01/2026 20:05:58 met de export van 06/01/2026 20:00:05