In paragraaf 1.1.4.4 'Wat heeft het gekost' zijn de baten en lasten met betrekking tot het programma Dienstverlenend Hardenberg uiteengezet. In deze paragraaf worden de bijzonderheden en de afwijkingen ten opzichte van de begroting op hoofdlijnen toegelicht. Een volledige specificatie en inhoudelijke toelichting op de baten en lasten per taakveld is opgenomen in hoofdstuk 1.5 van de Jaarrekening .
In 2025 is afgerond € 36,0 miljoen aan baten gerealiseerd met betrekking tot programma Sociaal Hardenberg. Deze baten zijn voornamelijk gegenereerd binnen het taakveld burgerzaken. De totale gerealiseerde lasten met betrekking tot het programma Sociaal Hardenberg bedragen in 2025 afgerond € 116,1 miljoen.
Per saldo resulteert dit in een negatief resultaat van € 80,1 miljoen over 2025. In de gewijzigde begroting was rekening gehouden met een negatief resultaat van afgerond € 78,0 miljoen. Het verschil tussen de begroting en het gerealiseerde resultaat bedraagt daarmee afgerond € 2,120 miljoen nadelig.
Onderwijs
Onderwijs omvat de taakvelden openbaar onderwijs , onderwijshuisvesting en onderwijsbeleid en leerlingenzaken .
De totale gerealiseerde lasten bedragen circa € 9,3 miljoen. De bijbehorende baten bedragen circa € 1,8 miljoen. In de herziene begroting was rekening gehouden met € 8,9 miljoen aan lasten en € 0,5 miljoen aan baten. Dit betekent dat zowel de gerealiseerde lasten als de gerealiseerde baten hoger uitvallen dan begroot. De lasten overschrijden de begroting met circa € 0,4 miljoen, terwijl de baten afgerond € 1,3 miljoen hoger zijn dan geraamd. Onderstaand de belangrijkste mutaties.
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
De lastenoverschrijding doet zich met name voor in het taakveld onderwijsbeleid en leerlingzaken. De aanvullende lasten staan grotendeels in verband met de inzet om onderwijsachterstanden bij kinderen te voorkomen en te verminderen (€1,2 miljoen). De gemeente ontvangt hiervoor vanuit het rijk de zogenaamd GOAB-middelen. Dat houdt in dat de extra lasten direct gecompenseerd worden door extra baten. Daarnaast zien we toenemende lasten ten aanzien van leerlingenvervoer, mede door doelgroepstijging van 9% (€ 135.000). Deze groei hangt samen met een toename van vervoersvragen vanuit de groep vluchtelingen. Met de nieuwe verordening, die in 2026 is ingegaan, zetten we in op maatwerk en het stimuleren van eigen regie. Hierdoor verwachten we in 2026 een afname van het aandeel leerlingen dat gebruikmaakt van aangepast vervoer.
Gemeente Hardenberg biedt een regeling peuteropvang aan. De regeling is bedoeld voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. De gemeente betaalt in dat geval de opvangkosten voor kinderen van 2 tot en met 4 jaar, voor twee dagdelen per week (8 uur per week). De uitgaven gekoppeld aan deze regeling zijn lager dan begroot (afgerond € 165.000). Dit komt doordat de groep werkende ouders groeit, waardoor meer ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Hierdoor neemt het aantal ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag af. Dit is een positieve ontwikkeling.
Onderwijshuisvesting
Ten aanzien van onderwijshuisvesting is sprake van een lasten onderschrijding. In Marslanden zijn in 2025 tijdelijke units geplaatst. Het daarvoor gereserveerde budget hebben wij niet volledig uitgegeven. Dit leidt tot een incidenteel voordeel van afgerond € 175.000 in 2025. Daarnaast is de renovatie van basisschool De Koningsberger in Bergentheim uitgesteld naar 2026, waardoor ook de lasten voor de tijdelijke huisvesting doorschuiven naar 2026 (€ 56.000). Voorgesteld wordt de resterende middelen via een budgetoverheveling over te brengen naar 2026. Daarnaast vallen de kapitaallasten met betrekking tot onderwijshuisvesting in 2025 lager uit dan begroot (ongeveer € 460.000). Dit resulteert in een incidenteel voordeel in 2025. De geplande activiteiten worden wel uitgevoerd, waarbij sprake is van een verschuiving van lasten in de tijd, waardoor de bijbehorende lasten in latere jaren tot uiting komen.
Per saldo bedraagt het resultaat over de drie taakvelden gezamenlijk afgerond € 7,5 miljoen nadelig. In de gewijzigde begroting is rekening gehouden met een resultaat van afgerond € 8,3 miljoen. Ten opzichte van de gewijzigde begroting is sprake van een saldotechnische verbetering van afgerond € 0,8 miljoen.
Samenkracht en burgerparticipatie
Het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie heeft met name betrekking op de opvang van ontheemden uit Oekraïne. In 2025 is sprake van zowel hogere baten als hogere lasten ten opzichte van de primitieve begroting.
Het nadeel aan de lastenkant bij de transitiekosten is ontstaan door de realisatie van drie locaties en de renovatie van drie andere locaties. Deze overschrijding wordt volledig gecompenseerd door hogere baten. De gemaakte kosten zijn één op één declarabel en worden in 2026 verrekend.
In 2025 waren door onder andere de bouw van de chalets minder bedden beschikbaar dan vooraf geraamd, waardoor de rijksvergoeding lager uitviel. Inmiddels is sprake van volledige beschikbaarheid. Hierdoor wordt verwacht dat het nadeel in 2025 in 2026 omslaat in een voordeel, omdat de inkomsten in 2026 worden gerealiseerd terwijl een deel van de lasten al in 2025 is verantwoord. Er is daarmee sprake van een verschuiving van het resultaat in de tijd.
Werk en inkomen
Werk en inkomen omvat de taakvelden inkomensregelingen , WSW en beschut werk en arbeidsparticipatie. Deze taakvelden tezamen hebben in 2025 geleid tot een lastenpost van afgerond € 39,0 miljoen en een baat van afgerond € 19,7 miljoen. Dit leidt tot een negatief resultaat van afgerond € 19,3 miljoen. In de herziene begroting was rekening gehouden met een negatief resultaat van € 18,9 miljoen. De resultaatmutatie is gevolg van hogere lasten € 0,2 miljoen en lagere baten € 0,1 miljoen.
De lastenoverschrijding heeft met name betrekking op de inkomensregelingen. Zo is er in 2025 afgerond € 0,385 miljoen meer uitgekeerd aan loonkostensubsidie dan begroot. Deze overschrijding is het gevolg van een bewuste beleidskeuze om dit instrument intensiever in te zetten. Hiermee wordt beoogd werkgevers extra te ondersteunen en te stimuleren bij het in dienst nemen van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. De hogere inzet past binnen de doelstelling om duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen en de afhankelijkheid van uitkeringen te verminderen.
Daarnaast is in 2025 meer uitgegeven aan uitkeringen (afgerond € 0,145 miljoen). Dit wordt veroorzaakt door een hogere instroom dan uitstroom binnen de bijstand. Een belangrijke verklaring hiervoor is de toegenomen instroom van statushouders. Voor deze doelgroep vraagt uitstroom naar werk doorgaans meer tijd. De arbeidsmarkttoeleiding is intensief, complex en minder voorspelbaar, wat leidt tot hogere en langer doorlopende uitkeringslasten.
Tegenover deze overschrijdingen staat dat binnen het minimabeleid, de overige WWB-uitgaven en op het gebied van arbeidsparticipatie afgerond € 0,2 miljoen minder is uitgegeven dan begroot. Dit voordeel compenseert de hogere lasten gedeeltelijk en beperkt daarmee het totale nadelige saldo binnen dit programma. De verminderde inkomsten van afgerond € 0,1 miljoen worden in het totaal van de baten (0,5%) als verwaarloosbaar beschouwd en hebben geen materiële invloed op het totale resultaat.
WMO
WMO omvat de taakvelden Toegang en 1e lijnvoorziening, hulpmiddelen en diensten, huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en PGB. Deze taakvelden tezamen hebben in 2025 geleid tot een lastenpost van afgerond € 22 miljoen. De gerealiseerde lasten liggen in lijn met de lasten zoals opgenomen in de herziene begroting. Hierbij wordt opgemerkt dat in de novemberbrief reeds een forse neerwaartse bijstelling van de lasten heeft plaatsgevonden.
Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn de lasten voor huishoudelijke hulp afgerond € 0,5 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit lagere bedrag wordt niet veroorzaakt door een afname van het aantal cliënten. Er is juist sprake van een wachtlijst voor de inzet van huishoudelijke ondersteuning, waardoor niet alle geïndiceerde zorg in het verslagjaar tot besteding is gekomen.
De lasten voor Wmo-begeleiding (inclusief dagbesteding en persoonsgebonden budgetten) zijn gestegen. De grootste toename betreft Wmo-begeleiding (circa € 0,5 miljoen), gevolgd door dagbesteding en PGB (circa € 0,1 miljoen). Daartegenover staan baten van circa € 0,6 miljoen, die € 0,2 miljoen hoger uitvallen dan begroot en samenhangen met de Toegang en de eerstelijnsvoorziening; hier staan eveneens lasten tegenover.
Jeugd
Jeugd omvat de taakvelden Jeugdhulp, PGB, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering . Deze taakvelden tezamen hebben in 2025 geleid tot een lastenpost van afgerond € 26,871 miljoen. In de herziene begroting was rekening gehouden met een lastenpost van € 26,452 miljoen. Daarmee liggen de totale lasten in lijn met de begroting.
Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat ten opzichte van de originele begroting al een begrotingsbijstelling heeft plaatsgevonden van afgerond € 3,3 miljoen. Via de septembercirculaire heeft het Rijk aanvullende middelen beschikbaar gesteld ter (gedeeltelijke) compensatie van de stijgende kosten binnen de jeugdzorg (€ 2,5 miljoen). Daarnaast is de begroting in de loop van 2025 nogmaals bijgesteld met € 0,8 miljoen. De jeugdzorg kenmerkt zich door een toenemende complexiteit van de hulpvragen, wat gepaard gaat met een verlenging van de gemiddelde behandelduur. Dit leidt tot een stijging van de gemiddelde kosten per cliënt. Daarnaast is sprake van een hogere toepassing van loon- en prijsindexaties dan vooraf geraamd. Deze ontwikkelingen gezamenlijk resulteren in een structureel hogere druk op het jeugdzorgbudget dan oorspronkelijk was voorzien in de begroting.
Beschermd wonen
Het taakveld Beschermd Wonen omvat zowel baten als lasten. Per saldo zijn in 2025, ten opzichte van de gewijzigde begroting, zowel lagere baten als lagere lasten gerealiseerd. Over 2025 is circa € 4,5 miljoen aan baten gerealiseerd, terwijl in de gewijzigde begroting rekening was gehouden met circa € 5,0 miljoen. Tegenover deze baten staat een gerealiseerde lastenpost van circa € 0,9 miljoen, ten opzichte van een begrote last van circa € 1,2 miljoen. De lagere lasten van circa € 0,3 miljoen worden met name veroorzaakt door lagere uitgaven binnen de pilot genaamd 'Beschermd Thuis'.
Volksgezondheid
De afwijkingen met betrekking tot taakveld Volksgezondheid zijn marginaal ten opzichte van de gewijzigde begroting. De hogere lasten hangen samen met hogere baten en worden voornamelijk veroorzaakt door de ontvangen middelen in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Gemeenten ontvangen hiervoor middelen via specifieke uitkeringen (SPUK), gericht op het bevorderen van gezondheid, het versterken van de sociale basis en het toekomstbestendig maken van de zorg.
